Chaos

Ik ga doelbewust en blijmoedig de snavel spijkeren naar het hele zootje degoches, progressieven en weldenkende chauvinisten die anathema’s en racistische beledigingen verspreiden tegen die paar dozijn kwajongens die op die fameuze zaterdag 13 maart een formidabele en heilzame puinhoop hebben veroorzaakt in mijn goede oude stad Luik, die bij deze gelegenheid terecht de reputatie heeft vurig te zijn. Natuurlijk moet ik, om de moed erin te houden, betreuren dat sommige politiemensen hebben moeten lijden onder deze plotselinge woede-uitbarsting, waarvan de oorzaken, denk ik, nooit volledig zullen worden opgehelderd. Het blijft een feit dat wanneer je de steengroeve binnengaat, je moet weten dat het niet alleen is om het verkeer te regelen, op de Place Saint-Lambert of elders. De taak van een politieagent is vandaag de dag onlosmakelijk verbonden met die van een acteur in het handhaven van de orde (van welke orde, het is aan een ieder van ons om dit te beoordelen; wat mij betreft zal het niemand verbazen te zeggen dat het de kapitalistische en burgerlijke orde is die al honderden jaren overal overheerst — in het denken en in de praktijk — en die geen enkele strijd die deze naam waardig is ooit heeft verstoord). 

Maar wie zijn deze politieagenten, en hoe en waarom zijn zij (dit geldt voor de dames, maar ik verafschuw deze praktijk van inclusief schrijven) in uniform gekomen? Vermoedelijk zag een bepaald percentage deze baan als de vervulling van een jeugddroom; je weet wel, het opjagen van allerlei boeven, grote misdadigers en misdadigers, het verdedigen van de weduwe en de wees en dat soort dingen. Wat de rest betreft, mag worden aangenomen dat voor veel aspiranten meer alledaagse overwegingen een rol spelen. Tussen werkloosheid en een baan waarvoor om te beginnen geen bijzondere vaardigheden vereist zijn, is de keuze begrijpelijkerwijze gemakkelijk. Uiteraard volgen de kandidaten een opleiding die alle kenmerken van ernst vertoont; de selectie geschiedt eveneens op basis van objectieve gegevens betreffende de geestelijke gezondheid van de kandidaten, Uiteindelijk mogen in beginsel alleen personen die volledig in staat zijn hun verplichtingen als vertegenwoordiger van de openbare orde na te komen, als zodanig optreden. Hoe en waarom gedragen sommige politieagenten zich in bepaalde omstandigheden dan op een volstrekt verwerpelijke wijze tegenover deze of gene persoon? Waarom worden burgers wier huidskleur of algemene uiterlijk niet overeenkomt met het gemiddelde het vaakst ondervraagd, onderworpen aan dergelijke vernederingen en kwetsende of ronduit beledigende opmerkingen en behandeld als potentiële verdachten? 

Men herinnert zich de getuigenissen van zeer jonge mensen, die gearresteerd en willekeurig opgesloten werden in de cellen van een kazerne met een sinistere reputatie, na een vreedzame demonstratie waaraan velen van hen niet deelnamen, en die beledigingen en afranselingen moesten verduren van ongebreidelde politieagenten. Terloops zij nog gewezen op alle moeilijkheden die de ouders van deze kinderen hebben ondervonden bij het indienen van een klacht naar aanleiding van deze betreurenswaardige incidenten. Kortom, feiten van allerlei aard hebben bij een groot deel van de bevolking, en met name bij bepaalde jongeren, geleidelijk een gevoel van wantrouwen doen ontstaan ten opzichte van degenen wier opdracht duidelijk is omschreven, namelijk ten dienste te staan van de burgers, wie zij ook zijn en tot welke gemeenschap zij ook behoren. 

En het was om sommige van deze redenen dat het gespuis die dag in Luik bijeenkwam. Ja, perfect.Het uitschot! Laten we de Larousse bekijken: « Uitschot, vrouwelijk zelfstandig naamwoord. Pejoratief: een groep louche, gevreesde of verachte personen; een onsmakelijk persoon. Maar ook: schurk, oplichter, ongedierte, schurk; en tenslotte: gespuis, droesem, uitschot, plebs, turf (oud) « . Zie je het plaatje? Voeg een beetje zwart toe en het is compleet. Wij herinneren ons nog die markante gebeurtenissen tijdens de grote revolutie van 1789, toen menigten uit de voorsteden van Parijs de Bastille, de Tuilerieën en andere emblematische plaatsen van het oude regime, dat al wankelde en op instorten stond, bestormden. Wie waren deze mensen, deze vrouwen en mannen, die reageerden op de kreten van enkele leiders, gewapend met pieken, stokken en de schamele wapens waarover zij beschikten, en die in weerwil van de grootste gevaren ten strijde trokken tegen wat tot dan toe een ondraaglijke orde was geweest? Nou, ja: ongeletterd uitschot, in vodden, zonder geduld. 

Natuurlijk, zou men kunnen zeggen, was er in Luik geen Bastille om binnen te vallen, en was er onder de jonge opstandelingen zeker ook niet dat « politieke bewustzijn » dat deze uitbarsting van woede en razernij had kunnen verklaren, zo niet verontschuldigen. En dan, is het niet zo dat onder degenen die geschokt waren door een paar ingegooide ruiten en de diefstal van een paar sportschoenen, hoevelen er niet zijn die, op sociale netwerken, nooit ophouden met het beschuldigen en beledigen van degenen die, « daarboven », deskundigen en politici, onze vrijheid beperken om te komen en te gaan, om hun vrienden te zien, om buiten op het terras te zitten, om naar het theater te gaan, naar de bioscoop, om te ontspannen in de openbare parken? Hoeveel worden er niet om de meest extravagante redenen gecontroleerd en beboet door politieagenten die voor sommigen ook de geldigheid van de hun opgedragen taken in twijfel trekken? Zou ik zo ver willen gaan om te zeggen dat, in sommige opzichten, dit deel van de boze jeugd een soort avant-garde vormt van wat zich in de publieke opinie aftekent? Ja, dat zeg ik. 

Steeds vaker zien we mensen hun huis verlaten en zich verzamelen om de meest uiteenlopende motieven en voorwendselen; sommigen voor een geïmproviseerd carnaval in de straten van Vorst, anderen om te eten en te drinken op een plein in een klein stadje aan de oevers van de Ourthe in de Luikse regio, en dit alles in weerwil van de instructies en de ondoorgrondelijke bevelen van besluitvormers die steeds meer worden bespot en veracht. Voorlopig worden de politieagenten die belast zijn met de zachte onderdrukking van deze schuldige excessen gehoorzaamd, zij gaan netjes uiteen en gaan terug naar huis, tevreden met het neusduwen naar de « elites » in bijna verderf, maar, zoals wij weten en zoals de geschiedenis overvloedig getuigt, een klein vonkje kan altijd het kruitvat doen ontploffen. Mei 68, Mei 2021, zelfde gevecht? 

Jean-Pierre L. Collignon 

Powered By MemberPress WooCommerce Plus Integration

Lorem ipsum dolor sit amet, consectetur adipiscing elit. Ut elit tellus, luctus nec ullamcorper mattis, pulvinar dapibus leo.

Log in.